Belangrijke btw-wijzigingen voor bedrijfswagens en andere privé gebruikte goederen

Op 25 oktober 2011 publiceerde de btw-administratie een beslissing die van groot belang is voor ondernemingen die bedrijfsmiddelen
(bv. bedrijfswagens, computers, …) kosteloos voor privédoeleinden gebruiken of kosteloos ter beschikking stellen voor privégebruik door hun personeel.

De beslissing betreft in feite een langverwachte commentaar op wetswijzigingen
die reeds op 1 januari 2011 in werking zijn getreden.

De fiscus licht in de beslissing toe op welke wijze bedrijfsmiddelen die ‘gemengd’ gebruikt worden (privé- en beroepsmatig), én waarvoor geen vergoeding betaald wordt, op btw-vlak behandeld moeten worden.

Voor de kosteloos ter beschikking gestelde bedrijfsmiddelen moet, in tegenstelling tot vóór 1 januari 2011, de aftrek van btw bij aankoop meteen beperkt worden tot het werkelijke beroepsgebruik. De btw-aftrek kan dus niet langer volledig genoten worden, door nadien btw te berekenen over het ‘voordeel van alle aard’.

Voor bedrijfswagens betekent dit dat de btw-aftrek onmiddellijk beperkt moet worden tot het werkelijke beroepsgebruik, zijnde de beroepsverplaatsingen.
Voor personenwagens kan de btw-aftrek zoals voorheen evenwel nooit meer bedragen dan 50%. Daartegenover staat wel dat niet langer btw hoeft berekend te worden over het ‘voordeel van alle aard’.

In het geval de nieuwe aftrekbeperking niet werd toegepast (bv. voor bedrijfswagens die voor 1 januari 2011 verworven werden of die oorspronkelijk volledig beroepsmatig gebruikt werden), moet wel nog btw over het privégebruik berekend worden. Volgens de beslissing mag dit echter niet meer gebeuren aan de hand van het forfaitaire ‘voordeel van alle aard’ voor directe belastingen (5.000 km of
7.500 km) maar moet dit gebeuren op basis van het werkelijke gebruik. De fiscus preciseert echter dat de btw in zulk geval slechts berekend hoeft te worden over het privégebruik dat 50% overschrijdt.

Voor geleasede voertuigen - die in principe niet geviseerd worden door de nieuwe aftrekbeperking - bepaalt de beslissing terloops dat ook daar de beperking van de btw-aftrek voor het privégebruik niet langer vermeden kan worden door de berekening van btw over het ‘voordeel van alle aard’.

Een eerste conclusie is dat deze wijzigingen voor bedrijfswagens de btw-kost zal opdrijven naar mate het privégebruik de 50% overtreft. Ook het bijhouden van een administratie ter registratie van het werkelijk gebruik van ieder voertuig, zal een bijkomende last betekenen.

Een positief element in de beslissing betreft het feit dat bij de doorverkoop van een personenwagen de btw slechts over de helft van de prijs moet worden berekend, indien bij de aankoop de btw niet volledig gerecupereerd werd.

De beslissing bevat geen overgangsregeling waardoor de nieuwe aftrekbeperking meteen van toepassing is op bedrijfsmiddelen verworven vanaf 1 januari 2011.
Ook de gewijzigde administratieve standpunten die in de beslissing worden aangehaald gaan in vanaf dit jaar. De btw-plichtigen zullen aldus spoedig maatregelen moeten treffen ten einde de nodige aanpassingen en rechtzettingen door te voeren.

Jean-Paul Libert
Jurist

Voor meer info kan u bij ons terecht.
hasselt@vhg.be
tel. +32 (0)11 30 13 71