Begrotingsmaatregeling: wat is al uitgelekt?

Vorig weekend hebben de regeringsonderhandelaars een akkoord bereikt over de begroting.
Naar aanleiding daarvan zullen tal van aanpassingen aan de fiscaliteit en parafiscaliteit worden doorgevoerd. De juiste inhoud raakt maar met mondjesmaat bekend.

Een overzicht:

1. Maatregelen voor privé personen

  • Roerende voorheffing
    Interesten en dividenden die op heden belast worden tegen 15%, zullen belastbaar worden tegen 21%. Een aanvullende crisisbijdrage van 4% zal worden geheven op de roerende inkomsten boven € 20.000
    (dus tarief van 25%).
    Inkomsten die nu reeds worden belast aan een tarief van 25%, blijven onderworpen aan dat tarief. Liquidatieboni daarentegen blijven onderworpen aan een tarief van 10%. Het is nog niet duidelijk wat gebeurt met de voorheffing bij inkoop eigen aandelen. Aan de vrijstelling van roerende voorheffing op spaarboekjes wordt niets gewijzigd.
  • Bedrijfswagens
    Het voordeel van alle aard van een bedrijfswagen zal worden berekend in functie van de CO2-uitstoot (zoals nu al het geval is) én de cataloguswaarde van het voertuig. 
  • Voordelen inzake onroerend goed
    De waardering van voordelen van alle aard voor bedrijfsleiders (verwarming en elektriciteit) zal worden verhoogd. Het voordeel van de terbeschikkingstelling van een privéwoning met een kadastraal inkomen hoger dan € 745, zou berekend worden op het geïndexeerd kadastraal inkomen (KI) x 3,8 x 100/60 (i.p.v. geïndexeerd KI x 2 x 100/60). 
  • Aandelenopties
    Het basispercentage gebruikt voor de forfaitaire waardering van aandelenopties wordt verhoogd van 15% naar 18%. 
  • Belasting pensioenkapitalen
    De belasting op pensioenkapitalen opgebouwd door werkgeversbijdragen wordt verhoogd van 16,5% naar 20% (in geval van pensioen op 60 jaar) en 18% (in geval van pensioen op 61 jaar).
    De belastingverminderingen voor eigen bijdragen inzake pensioenen, die momenteel worden berekend op basis van de gemiddelde aanslagvoet in de personenbelasting, zullen worden berekend op basis van een percentage van 30% voor alle belastingplichtigen. 
  • Aftrekbare uitgaven
    De aftrekbare uitgaven worden omgevormd tot belastingverminderingen aan een percentage van 45% (aftrek eigen woning, kinderoppas, giften) of 30% (andere uitgaven).
    De aftrekmogelijkheid voor energiebesparende uitgaven zou sterk worden ingeperkt.

2. Maatregelen voor vennootschappen

  • Notionele interestaftrek
    Het aftrekpercentage wordt verlaagd naar 3% (voor KMO’s: 3,5%). De overdraagbaarheid van de aftrek indien deze niet volledig kon worden benut, wordt afgeschaft. In de huidige wet is nog een overdracht mogelijk naar de
    7 volgende belastbare tijdperken. De aanwending van de in het verleden overgedragen aftrek wordt per belastbaar tijdperk beperkt tot 60% van de belastbare basis.
  • Beperking van de aftrek van interesten
    Voor interesten betaald aan gelieerde vennootschappen en aan entiteiten gevestigd in een belastingparadijs, zou de fiscale aftrek maar toegelaten worden indien een verhouding van 5/1 tussen vreemd vermogen en eigen vermogen niet wordt overschreden.
  • Meerwaarden op aandelen
    De vrijstelling op meerwaarden op aandelen in de vennootschapsbelasting wordt onderworpen aan de voorwaarde dat de aandelen voor minimum 1 jaar zijn aangehouden. Niet-vrijgestelde meerwaarden worden belast aan een bijzonder tarief van 25%.
  • Aanvullende pensioenen
    Voor de aftrek van pensioenbijdragen voor groepsverzekeringen e.d. (80%-regel) wordt een loonplafond ingevoerd. Hiermee wordt de opbouw van een aanvullend pensioen dus beperkt. Voorts wordt de interne opbouw door de onderneming tegenwerkt.
    Interne pensioenprovisies moeten over een periode van 3 jaar verplicht worden ondergebracht bij een derde partij, in de praktijk een verzekeraar. De overdracht van de pensioenvoorziening zou onderworpen worden aan een taks van 1,7% (i.p.v. de normale verzekeringstaks van 4,4%).

3. Diversen

  • Er wordt een belasting ingevoerd op de omzetting van effecten aan toonder in gedematerialiseerde effecten en in aandelen op naam (1% voor omzettingen in 2012, 2% voor omzettingen in 2013, 3% voor omzettingen van rechtswege op het einde van de omzettingsperiode (eind 2013)).
  • De btw op betaaltelevisie wordt verhoogd van 12% naar 21%. De vrijstelling van btw voor notarissen en gerechtsdeurwaarders wordt afgeschaft.
  • De tarieven en de plafonds inzake beurstaks worden verhoogd met 30%.
  • Verruiming van de anti-misbruikbepaling (art. 344 § 1 W.I.B.) teneinde fiscale optimalisaties beter te kunnen bestrijden.

Wij houden u op de hoogte.

Gert De Greeve
Belastingconsulent - Jurist

hasselt@vhg.be
tel. +32 (0)11 30 13 50