Handelsbeurzen, congressen en andere evenementen: plaats van de dienst vanaf 2011

Op 1 januari 2011 is op btw-gebied een belangrijke wijziging in werking getreden voor diensten verstrekt in de evenementenbranche. Door een aanpassing van de bestaande plaatsbepalingsregels zal niet langer automatisch de btw verschuldigd zijn van het land waar het evenement fysiek plaatsvindt.

Evenementen’ in ruime zin
De nieuwe plaatsbepalingsregels hebben betrekking op ‘evenementen’ in de ruime zin van het woord. Het betreft zowel culturele, sportieve, educatieve, vermakelijkheids- als soortgelijke evenementen. Voorbeelden hiervan zijn handelsbeurzen, congressen, workshops, seminaries, concerten, tentoonstellingen, enz.

Geen wijziging voor diensten B2C
Voor diensten, verstrekt aan niet-btw-plichtigen (B2C) in het kader van evenementen, wijzigt er niets. Daar blijft de regel van kracht dat de btw van het land waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt, van toepassing is.

Vereenvoudiging voor diensten B2B
Voor de aan btw-plichtigen verstrekte diensten treedt wel een belangrijke wijziging in werking. Vanaf 1 januari 2011 volgen de aan hen verstrekte diensten met betrekking tot events immers de B2B-hoofregel. Deze B2B-hoofdregel bepaalt dat de btw moet worden toegepast van het land waar de afnemer is gevestigd en dus niet van het land waar het evenement plaatsvindt.

Een voorbeeld uit de praktijk
Een Belgische btw-plichtige neemt als standhouder deel aan een handelsbeurs in Duitsland.
De organisator van de beurs zal over de door hem geleverde prestaties
(bv. terbeschikkingstelling van een beursstand) geen Duitse btw meer mogen aanrekenen. Over deze prestatie zal immers conform de B2B-hoofdregel Belgische btw van toepassing zijn (die verlegd moet worden naar de Belgische afnemer). In dit voorbeeld hoeft de Belgische standhouder geen Duitse btw meer te betalen en dus ook niet meer terug te vragen via een teruggaafprocedure.

Eén uitzondering op diensten B2B: toegangsgelden
Uitzonderingen bevestigen de regel en dus ook hier! De dienst die bestaat in het ‘verlenen van toegang’ tot het evenement blijft ook onder de nieuwe regeling onderworpen aan de btw van het land waar het evenement fysiek plaatsvindt.
Dit geldt ook voor de daarmee samenhangende diensten.

Een voorbeeld uit de praktijk
Een onderneming die een workshop in België organiseert, zal over de toegangsgelden tot die workshop nog steeds Belgische btw moeten aanrekenen. Dit zal zelfs het geval zijn indien de deelnemers buitenlandse btw-plichtigen zouden zijn. Let wel: de tolerantie die de btw-administratie tot nu toe hanteerde (die bestond in het aanvaarden van de B2B-hoofdregel voor toegangsgelden tot events waar een voorafgaande inschrijving vereist was) wordt ingetrokken.

‘Toegangsgeld’ in enge zin
De uitzondering op de B2B-hoofdregel voor toegangsgelden geldt slechts als blijkt dat de gevraagde vergoeding een ‘recht op toegang’ tot het evenement inhoudt. Indien een organisator bijvoorbeeld een workshop verzorgt voor de personeelsleden van een bedrijf en het bedrijf zelf bepaalt wie toegang heeft tot de workshop, kan de vergoeding die het bedrijf aan de organisator betaalt niet worden aangemerkt als ‘toegangsgeld’. De aangerekende vergoeding volgt dan gewoon de B2B-hoofdregel.

Louter voor ‘evenementen’
Tot slot onderscheiden we nog manifestaties waarvoor weliswaar een vorm van ‘toegangsgeld’ wordt gevraagd (bv. deelnemingsgeld), maar die we niet als ‘evenement’ kunnen bestempelen.
Denk bijvoorbeeld aan manifestaties met een zekere continuïteit of die om de zoveel tijd plaatsvinden. Zo beschouwen we cursussen die een zekere spreiding vertonen in de tijd (bv. fitnesslessen) in principe niet als ‘evenementen’. Op zulke manifestaties die geen events zijn, zal dus in principe eveneens de B2B-hoofdregel van toepassing zijn.

Jean-Paul Libert
jean-paul.libert@vhg.be