Alternatieve financieringsformules om een kredietaanvraag in te vullen, zitten in de lift. Wij namen voor u Optimeo van het Participatiefonds onder de loep. Wanneer en voor wie is Optimeo geschikt? En welke succesfactoren geven aanleiding tot een positieve beslissing? U ontdekt het hier.
De Belgische rente stond eind november op haar hoogste peil in negen jaar.
De bankencrisis blijft duren. Er is gebrek aan vertrouwen, tussen ondernemingen, tussen banken en ondernemingen maar ook tussen banken onderling.
Nochtans schrijft BNP Paribas Fortis in de Tijd dat er voor de Belgische KMO’s weinig reden is om zich ongerust te maken.
Uit een studie blijkt dat in 2010 slechts 5,7% van alle kredietaanvragen werd geweigerd, 83% werd goedgekeurd en 11,3% werd goedgekeurd tegen minder gunstige voorwaarden.
In onze praktijk stellen wij vast dat bankiers in veel gevallen kritischer te werk gaan en een cliënt spontaan voorstellen om ook op een alternatieve manier een deel van de kredietaanvraag in te vullen.
Het ‘Participatiefonds’ kan in een aantal gevallen een oplossing brengen.
Deze federale kredietorganisatie verschaft alternatieve vormen van financiering aan zelfstandigen, beoefenaars van vrije beroepen, starters en werkzoekenden die een activiteit willen opstarten of de bestaande activiteit wensen uit te breiden.
‘Optimeo’ is één van de aangeboden producten en wordt veel gebruikt.
Optimeo in een notendop:
- Achtergestelde lening in het kader van de uitbreiding van de activiteiten
- Financiering van materiële, immateriële en financiële vaste activa
- De behoefte aan werkkapitaal kan er ook mee worden gefinancierd
- Kan niet worden gebruikt als herfinancieringsvorm
- De looptijd bedraagt 5, 7 tot zelfs 10 jaar
- De rentevoet is de Belgian Prime Rate – minimum 3%
- De eerste twee jaren bestaat de mogelijkheid om uitstel van aflossing van kapitaal te krijgen
- Het maximum bedrag is € 250.000, met twee bijkomende beperkingen, namelijk het bedrag van de bancaire lening of driemaal de eigen inbreng.
- Deze grens wordt opgetrokken tot € 350.000 bij overname van aandelen met beperking tot maximum 35% van de investering als het gevraagde bedrag
€ 250.000 overschrijdt - De eigen inbreng moet 10% van de investering bedragen en na de verwerking van de investering moet de solvabiliteit 10% belopen
- Bij overname van aandelen moet de meerderheid van de aandelen, dus 50% + 1 aandeel, verworven worden
- De tussenkomst van het Participatiefonds kan 2 jaar langer lopen dan de banklening
- Alle sectoren zijn toegelaten, met beperking voor landbouw, transport en uitvoer.
Tot zover de theorie.
Hoe kan u nu in de praktijk ‘Optimeo’ inzetten?
Een praktijkvoorbeeld:
Twee medewerkers wensen 100% van de aandelen te verwerven van de huidige aandeelhouder.
Zij hebben slechts een beperkt bedrag aan middelen om de overname te realiseren. Zij kopen eerst 49% van de aandelen, elk met hun eigen opgerichte vennootschap. Na twee jaar hebben zij een kapitaal kunnen opbouwen in hun holding om de tweede stap te zetten. Op deze manier kunnen zij ook aan de voorwaarde van de 10% solvabiliteit voldoen en de 10% minimumgrens als eigen inbreng.
Pas bij de verwerving van 50% + 1 aandeel kan er een beroep worden gedaan op ‘Optimeo’. Gezien iedere vennoot zijn eigen holding oprichtte, werd er dan ook maar 50% van de aandelen per holding verworven. Nadat de analisten van het Participatiefonds ons dossier hadden doorgenomen, beslisten zij dat de transactie in het kader van Optimeo als één verwerving kan worden aanzien van meer dan 50% van de aandelen door de twee overnemers. Iedere holding kreeg een achtergestelde lening toegekend van € 375.000, met een terugbetalingstermijn van 7 jaar.
Beide dossiers werden goedgekeurd door het kredietcomité van het Participatiefonds.
Succesfactoren die aanleiding gaven tot een positieve beslissing:
- De terugbetalingscapaciteit werd onderbouwd in ons dossier
- De hoge leverage was verantwoord doordat er weinig behoefte aan werkkapitaal bestond, slechts een beperkt bedrag aan investeringen noodzakelijk was en de schuldenlast in de werkvennootschap beperkt was
- De activiteit was onderbouwd met langdurige contracten
- Er was nog een overschot aan liquiditeiten aanwezig in de werkvennootschap op het moment dat de tweede stap gezet werd
- De overnemers kenden de onderneming zeer goed
- Maar vooral, tijdens de twee jaren dat zij aandeelhouder waren, werd er regelmatig gecommuniceerd met de huisbankier die het dossier indiende bij het Participatiefonds.
Uit onze ervaringen met het Participatiefonds zijn ook enkele aandachtspunten meldenswaardig:
- Start op tijd met uw kredietaanvraag bij de bank, want zij dienen het dossier in bij het Participatiefonds
- Tussen het moment van goedkeuring door de bank en de definitieve beslissing van het Participatiefonds moet u rekenen op een zestal weken
- Ook bij Optimeo is het aantonen van de terugbetalingscapaciteit van cruciaal belang
- Wij hebben de indruk dat ook bij de toekenning van alternatieve financieringsvormen kritischer gekeken wordt naar het dossier.
Martin Beynaerts
martin.beynaerts@vhg.be
